Veelgestelde vragen Bvv Rekentool Schulphulpverlening

  • Om gebruik te maken van de rekentool voor de schuldhulpverlener moeten gemeenten zich aanmelden. Ook als u zich al heeft aangemeld voor het gebruik van de rekentool in het kader van de Wvbvv. De aansluitvoorwaarden voor de schuldhulpverlener kent namelijk een eigen specifieke regeling. Op de website van het IB vindt u een overzichtelijk stappenplan. Gebruikersbeheerders die straks ook de verantwoordelijkheid krijgen om schuldhulpverleners aan te maken blijven doorwerken op de eigen inlog maar moeten daarvoor schriftelijk nog wel aangemeld worden.  

  • U bent als organisatie zelf verantwoordelijk voor het juist gebruik van de rekentool en de beveiliging van persoonsgevoelige informatie. Hiervoor tekent de organisatie ook. Het Inlichtingenbureau is gehouden de privacy van burgers te beschermen door privacy by design, en neemt deze taak zeer serieus. Wij verwachten dat de organisatie zorgvuldig omgaan de gegevens van haar burgers. 

  • Om gebruik te maken va de rekentool is minimaal eHerkenning niveau EH3 nodig. voor het aanvragen van de eHerkenning kunt u het stappenplan raadplegen. 

  • Een subOIN identificeert de afdeling schuldhulpverlening van een gemeente. Hierdoor identificeren we de schuldhulpverlening en kunnen we onderscheid maken tussen de verschillende taken die organisaties uitvoeren in het kader van het schuldendomein. Voor het aanvragen van een subOIN kunt u het stappenplan raadplegen. 

  • Om te bepalen of de organisatie reeds een OIN of subOIN heeft kunt u de centrale OIN raadpleegvoorziening van Logius raadplegen. 

  • Dit is mogelijk. Een organisatie is contractpartij, en technisch is een aansluiting via een beveiligd Diginetwerk vereist (zoals bijvoorbeeld Suwinet). 

  • Met de vastgestelde aansluitvoorwaarden krijgen alleen gemeenten en GSD’s toegang tot het gebruik van de rekentool. De VNG is met partijen in gesprek om het op termijn ook mogelijk te maken dat gemandateerde partijen en WSNP-bewindvoerders gebruik kunnen maken van de rekentool.

  • Voor het partnerbegrip geldt de definitie vanuit de Participatiewet. Het Inlichtingenbureau bevraagt hiervoor gegevens uit de bron BRP. Op basis van een BSN ontvangt de tool informatie over de medebewoners op dat adres. Zodoende kan de rekentool bepalen of er sprake is van ten laste komende kinderen en eventuele partner. Indien er geen sprake is van geregistreerd partnerschap of huwelijk, en de BSN van de volwassen inwoners zijn niet ouders van hetzelfde kind, dan is de status van de persoon in kwestie volgens de rekenregels alleenstaand. (Dit is handmatig aan te passen door de gebruiker, indien daar aanleiding toe is). 

  • Dat is niet (altijd) bekend op basis van gegevens uit de BRP. Partnerschap is af te leiden indien er sprake is van de status gehuwd of geregistreerd partner, of indien meerderjarige inwoners op adres ouders zijn van eenzelfde kind.  

  • Aan de hand van het ingevoerde maandelijkse bruto/fiscale inkomen berekent de rekentool het belastbaar jaarinkomen en daarmee het recht op de toeslagen en de woonlasten die passen bij het jaarinkomen. De BVV kan (handmatig) worden verhoogd wanneer de woonkosten (voor koop – of huurwoning) hoger zijn dan de maximale voor huurtoeslag in aanmerking komende huur (€ 828,66 norm 2021). De eerste 10% komt voor eigen rekening van de inwoner.

  • De rekentool laat vanuit de Polisadministratie het belastbaar jaarinkomen zien van de inwoner en indien van toepassing van de partner.

  • Correcties op uitkeringen door uitkerende instanties zijn niet terug te zien in de uitkomsten van de rekentool. Hiervoor is schuldhulpverlener afhankelijk van de informatie van de inwoner of kan deze informatie op termijn raadplegen via SUWI-inkijk. Gemeenten en GSD’s zullen namelijk in de loop van het jaar de mogelijkheid krijgen om via SUWI-inkijk gegevens te raadplegen in het kader van het plan van aanpak schuldhulpverlening.

  • Er wordt gebruik gemaakt van de gegevens uit de loonbelasting / loonaangifte die bekend zijn in polis. Hierin staan geen gegevens over inkomsten van zelfstandigen. In geval er niet uitgegaan kan worden van de gegevens die worden bevraagd via de rekentool (BRP en Polisadministratie), zal de schuldhulpverlener op basis van de informatie van de inwoner de gegevens handmatig moeten verwerken in de rekentool.

  • Inkomensgegevens die bekend zijn bij de Polisadministratie zullen meegenomen worden door de rekentool. Als de ZZP’er loonaangifte heeft gedaan ten behoeve van de loonbelasting dan zijn deze gegevens bekend bij de Polisadministratie.

  • Het is mogelijk om handmatig gegevens te wijzigen of toe te voegen aan de rekentool. Hiermee kan de schuldhulpverlener op basis van de actuele situatie een BVV berekenen.

  • Op basis van de gegevens van de Polisadministratie wordt er een gemiddeld netto maandinkomen berekend door de rekentool. Wanneer er sprake is van een betalingsperiode van vier weken dan moet deze worden omgerekend. Dit kan in de rekentool aangegeven worden (duurperiode). De werkgever of uitkeringsinstantie houdt rekening met de heffingskorting.

  • De rekentool wordt officieel per 1 mei 2021 volgens de nieuwe gebruikersvoorwaarden opengesteld voor schuldhulpverleners.

  • De informatie mag gebruikt worden om in gesprek te gaan met de deurwaarder. Echter de modelmededeling die voorlopig als output wordt gegeven uit de rekentool mag niet gedeeld worden. De modelmededeling is namelijk onderdeel van de Wvbvv en mag vanuit de rol van beslaglegger gebruikt worden om de inwoner te informeren over het voorgenomen beslag.  De schuldhulpverlener moet de BVV in acht nemen ten behoeve van het plan van aanpak schuldhulpverlening (artikel 4a Wgs lid 5).). In dat kader zou de schuldhulpverlener enkel de XML-output van de rekentool kunnen gebruiken bij het in acht nemen van de BVV.

  • Voor de rekentool is de Wvbvv van toepassing en zijn specifieke rekenregels vastgesteld. De rekenregels vormen de basis van de rekentool. In de rekentool wordt geen verwijzing gemaakt naar wet- en regelgeving. De vastgestelde rekenregels zijn via deze link te raadplegen. 

  • De gegevens uit de Polisadministratie worden meegenomen in de rekentool. Inkomensverhoudingen (loon of uitkering) staan vermeld in de rekentool. Het netto inkomen vormt de basis voor de berekening, maar ook de onderliggende gegevens zoals het belastbaar jaarinkomen en vakantiebijslag is in te zien. 

  • Op dit moment wordt de BVV rekentool voor de schuldhulpverlener aangeboden zoals die ontwikkeld is vanuit het perspectief van de beslag leggende partij. Parallel hieraan onderzoekt het IB in co-creatie met een expertgroep naar uitbreiding van de functionaliteit en ontsluiten van additionele bronnen. Ook over vroeg signalering worden er gesprekken met diverse partijen zoals bijvoorbeeld met de NVVK. 

  • De geautomatiseerde koppeling vanuit een schuldhulpverleners applicatie zal in een later stadium beschikbaar komen wanneer SZW hiervoor de opdracht geeft. Los daarvan zal IB verkennen of het meerwaarde heeft de VTLB-berekening als functionaliteit in de dienstverlening voor de schuldhulpverlener te integreren.

  • De BVV is een berekening die gebruikt wordt bij beslag en verrekening. De schuldhulpverlener moet de BVV in acht nemen ten behoeve van het plan van aanpak schuldhulpverlening (artikel 4a Wgs lid 5). Het VTLB wordt gebruikt in het kader van de minnelijke en wettelijke schuldsanering en kent andere rekenregels dan de BVV. De uitkomst van de basis BVV wordt gebruikt om het VTLB te kunnen berekenen.

  • Voor de VTLB-calculator wordt het burgerportaal gebruikt. Het burgerportaal raadpleegt niet zoals de rekentool de BRP en de Polisadministratie. Om de BVV te kunnen berekenen via het burgerportaal moet de schuldhulpverlener handmatig gegevens invoeren.

  • Nee, de rekentool geeft alleen de mogelijkheid om de (toegepaste) BVV te berekenen. Schulden kunnen via het schuldenknooppunt opgevraagd worden. Op dit moment is het nog niet mogelijk om beslagen van andere schuldeisers te raadplegen. Dit zal in het kader van de Wet verbreding beslagregister in de toekomst mogelijk gaan worden.